Uit het boek Afscheid

Samen afscheid nemen?

  (uit hoofdstuk 4)

Wel of niet aanwezig zijn bij het overlijden? Het is een vraag waar je best op voorhand even over nadenkt. Ook hier is het belangrijk te overleggen met je dierenarts en een goede uitleg te vragen over het verloop van de procedure.
Sommige mensen durven immers niet aanwezig zijn bij de laatste momenten van hun dier omdat ze vroeger nare ervaringen hebben gehad of akelige verhalen hebben gehoord. Goede informatie kan die angst voor een stuk wegnemen.  Je kan er ook voor kiezen om enkel tijdens de sedatie bij je dier te blijven. Zo kan je hem in je armen houden tijdens het inslapen en hem geruststellen. Eens in slaap, merkt hij niets meer van het dodelijke spuitje en jij kan in de wachtzaal wachten terwijl de dodelijke injectie wordt toegediend.

Zelf ben ik steeds tot op het allerlaatste moment bij mijn vrienden gebleven. Ook al leek het of mijn hart werd uitgerukt, ze hebben me zoveel gegeven dat mijn verdriet niet opweegt tegen de steun die je hen kan bieden. Heel hun leven zijn ze er geweest voor jou, nu is het het moment om hen bij te staan. Om iets terug te doen voor al die liefde. Ze hebben dat verdiend.

Sommige baasjes hebben achteraf spijt dat ze niet bij hun dier gebleven zijn en hebben het gevoel hun vriend in de steek te hebben gelaten. Dergelijke schuldgevoelens kunnen jarenlang aanslepen en soms verdwijnen ze nooit.

Rouwverwerking door kinderen

  (uit hoofdstuk 7, Omgaan met verlies)

Dieren nemen een bijzondere plaats in in de leefwereld van kinderen. Een dier is niet enkel een kameraad, een vriend maar ook een vertrouwenspersoon waarbij ze met al hun vragen en angsten terecht kunnen. Een dier oordeelt niet en veroordeelt niet, is gewoon blij als je er bent en voelt heel snel emoties aan. Het is dan ook niet gemakkelijk voor een kind als die band wegvalt.

Ouders willen het liefst hun kinderen zo ver mogelijk weghouden van de dood om ze pijn en verdriet te besparen. Ze weten vaak niet hoe ze moeten beginnen over het onderwerp, hebben zelf met moeite hun emoties onder controle, dus zwijgen ze het onderwerp liefst letterlijk dood. Ze laten de kat of hond euthanaseren terwijl de kinderen op school zijn en laten het lichaampje achter bij de dierenarts. Het dier is dan zogenaamd weggelopen of heeft een andere familie gezocht. Dit is niet de juiste manier. De dood van hun lievelingsdier is dikwijls de eerste keer dat kinderen in contact komen met de dood. Bespaar hun deze ervaring niet, maar leer ze op een goede manier omgaan met verdriet en rouw. Goed omgaan met verdriet helpt kinderen om later stabieler in het leven te staan.

Betrek kinderen bij het naderende einde. Vertel dat het dier ziek is en pijn heeft en dat de dierenarts het diertje zal helpen doodgaan. Laat ze hierbij aanwezig zijn maar verplicht ze niet. Zoek wel naar de oorzaak van de weigering. Leg op voorhand het euthanasieproces even uit zodat mogelijke angst daarrond kan beperkt worden. De dierenarts kan uitleggen waarom het nodig is om het dier te laten sterven en kan proberen alle vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Laat het kind na het overlijden nog even afscheid nemen van zijn overleden vriend. Zo maak je de dood reëel en verhinder je dat een kind gaat fantaseren. Afhankelijk van de leeftijd van het kind, kan het een mooie tekening maken voor het dier, een bloemstukje voor op het grafje ...

Inzicht en begrip zijn voor kinderen heel belangrijk bij de rouwverwerking. Intellectueel moeten ze proberen te begrijpen wat de dood nu juist betekent en emotioneel moeten ze afrekenen met een waaier van gevoelens. Sta open voor alle vragen en schrik niet als deze heel concreet zijn. Bijvoorbeeld: “Heeft de poes het niet koud onder de grond?; Wie zorgt er nu voor zijn eten? “ Ontwijk geen enkele vraag maar leg ook uit dat er niet op elke vraag een antwoord is. Bijvoorbeeld: “Waarom is de hond ziek geworden?” Pas je uitleg aan aan de leeftijd van het kind. Vertel desnoods dat dit alles is wat je nu kan vertellen maar dat er later zeker opnieuw over gesproken wordt. Om te vermijden dat kinderen het diertje later gaan opgraven in de tuin om te zien wat er nu met dat lichaampje is gebeurd, kan je ook hier best eerlijk over zijn. Je kan best uitleggen dat er in de grond wormpjes zijn die het diertje opeten en dat er na een tijdje nog enkel botjes overblijven. Beter een goede uitleg dan een kind in de keuken met de resten van Max of Minoes. Het beantwoorden van vragen voorkomt dat kinderen hun fantasie de vrije loop laten en zo de zaken nog gruwelijker voorstellen dan ze al zijn. Zo kan een extreme angst voor de dood ontstaan. 

Een verhaal van een dierenarts

  (uit hoofdstuk 8, Verhalen uit de praktijk)

“Ondanks mijn jarenlange ervaring blijft euthanasie één van de moeilijkste handelingen om uit te voeren. Ik merk wel dat mijn gevoel erbij iets is gewijzigd tegenover mijn beginjaren maar de laatste spuit zetten, de definitieve dodelijke spuit, is en blijft moeilijk. In het algemeen probeer ik zo weinig mogelijk huisbezoeken te doen en de afspraken in de praktijk te maken, maar voor euthanasie is dat natuurlijk iets anders. Ongeveer de helft van de tijd gebeurt het afscheid nemen van een dier bij de mensen thuis in de vertrouwde omgeving. Ik leg stap per stap uit hoe ik te werk zal gaan: van het spuitje dat het dier in een diepe slaap brengt, het testen van de reflexen tot de definitieve spuit. Soms blijven baasjes de hele tijd bij hun dier, soms nemen ze afscheid na de slaapspuit. Vooral als er kinderen aanwezig zijn, is het extra moeilijk. Sommige ouders vertellen mij op voorhand wat ze de kinderen willen vertellen, anderen laten het aan mij over om uit te leggen wat er juist allemaal gebeurt. Als ouders beslissen om hun kinderen niet de waarheid te vertellen (bv. de poes gaat nu heel lang slapen), respecteer ik uiteraard hun beslissing. Zoals ik al zei, de uiteindelijke spuit toedienen is en blijft moeilijk, maar als ik een goede band heb ontwikkeld met de baasjes of met het dier in kwestie dan maakt dit het nog extra moeilijk. Hoe professioneel je ook te werk gaat, je kan je eigen emoties niet uitsluiten. Ik heb als dierenarts ook al eigen dieren moeten laten gaan. Hoe moeilijk ook, ik wil het toch zelf doen en het dier niet in handen geven van een andere dierenarts. Het is tenslotte je eigen dier. Hoe je als dierenarts omgaat met de gevoelens van de baasjes op zo’n moeilijk moment verschilt van de omstandigheden. Aanvoelen is hier heel belangrijk. Sommigen zijn heel afstandelijk, schamen zich zelfs voor hun verdriet, beseften niet dat het afscheid hen zo veel zou doen. Anderen willen getroost worden, hebben nood aan een arm rond hun schouder. Soms is het best om te zwijgen. Je weet het nooit op voorhand."