Kittens grootbrengen

Socialisatie is een heel belangrijk moment voor het jonge kitten. We onderscheiden verschillende fases in de ontwikkeling van de kat:

  • de neonatale fase (van 1-13 dagen)
  • de overgangsfase (van 14-20 dagen)
  • de primaire socialisatiefase (van week 3 tot week 13) en
  • de secundaire socialisatiefase (van week 13 tot ongeveer 6 maanden).

Vanaf week 3 is contact met soortgenoten en mensen heel belangrijk.

Bij  de moederpoes en hun soortgenootjes leren de kleintjes te spelen, te vechten, te sluipen, hun klauwtjes te gebruiken en zichzelf te verdedigen. Ze leren zich groter te maken door een hoge rug op te zetten en hun staart dik te maken. Al deze technieken zullen ze in hun volwassen leven nodig hebben om een gezonde, evenwichtige kat te worden.

Maar ook het contact met mensen is heel belangrijk. Jonge katten die buiten zijn opgegroeid en pas op een leeftijd van 3 maanden met mensen worden geconfronteerd, blijven vaak wild of verwilderd. Je zal er in de meeste gevallen geen schootkatten meer van kunnen maken. Knuffelkatten worden gemaakt, niet geboren.

Het is dan ook heel belangrijk dat een kat leert wennen aan de mens en aan alle geluiden in huis. Durf een stofzuiger te gebruiken in de buurt van je kat, zet de radio en de TV op en betrek het katje bij spelletjes.

Neem je een kitten te snel weg van de moeder en de broers/zusjes, dan verloopt de socialisatie niet optimaal. In een ideale situatie blijft een kleintje best tot minstens 12 weken, liefst langer, bij de mamapoes. In een opvangsituatie is dit helaas niet altijd mogelijk, maar 8 weken is een minimum.

Een kitten kost geld en tijd

Een kitten van een 1 week oud (100-200 gram) vraagt gemiddeld om de 2 uur een flesje. In week 2 (200-300 gram) maak je een flesje om de 2 à 3 uur, in week 3 (300-360 gram) om de 3 uur en in week 4 (360-420 gram) om de 4 uur.

Kittens zijn zoals baby’s: ze hebben ook ’s nachts honger. De uurregeling loop dus gewoon door, dag en nacht. Als je aan het grootbrengen van piepjonge kittens begint, schaf je je dus best een goede wekker aan. Vooral ’s nachts kan die van pas komen. Als de kittens sterker beginnen te worden en ze slapen door, maak ik ze niet speciaal meer wakker. Dit kan, afhankelijk van het kitten, vanaf een 3 à 3,5 weken. Eens ze beginnen te piepen, roept de plicht uiteraard en moet je opstaan voor een nachtelijke voeding.

Met tijd alleen ben je er nog niet. Een jong kitten kost geld. 

Allereerst heb je de voeding. Uiteraard is moedermelk (colostrum of biest) de eerste keuze, maar er is niet altijd een mamapoes aanwezig. Vaak worden kittens binnengebracht die gevonden zijn, alleen in het bos, in een tuin …  Je moet ze dan zelf voeden. Ik werk graag met Royal Canin Vital Milk. Koemelk is uit den boze. Ze bevat lactose en veel katten krijgen daar diarree van.

Kittens vanaf een week of 3-4 kan je al kleine droge brokjes voorschotelen, naast hun dagelijkse pap.  Royal Canin Baby Cat is een goede keuze als opvolger van de pap.

Daarnaast mag je de dierenartskosten niet vergeten. Jonge kittens zijn vaak ziek, totaal uitgeput en onderkomen en hebben medische hulp nodig. Een rit naar de dierenarts kan je na een tijdje bij wijze van spreken doen met je ogen toe. Naast de kosten van de visite, lopen de kosten van medicatie vaak hoog op.

Vanaf de leeftijd van 3 weken voorzie je ook al best in kattenbakkorrels. Met een aantal kittens in huis gaan de korrels er aan een aardig tempo door.