Vlooien

Vlooien zijn parasieten die op de huid van het dier leven. Je herkent vooral hun uitwerpselen als zwarte tikkeltjes op de huid. Om zeker te zijn dep je ze op met een stukje vochtige keukenrol. Zie je de zwarte tikkels rood kleuren, dan heb je te maken met vlooienuitwerpselen en heeft je dier dus vlooien. In principe zijn ze niet levensgevaarlijk. Evenwel kan bij jonge kittens een hevige vlooienbesmetting leiden tot bloedarmoede en uiteindelijk tot de dood. Behandelen is dus belangrijk, voorkomen nog beter.

Vlooien moet men niet alleen bestrijden op het dier, ook de omgeving moet behandeld worden. Vlooien zijn het actiefst in de zomer. Ze hebben een leeftijdscyclus die begint bij het vlooieneitje. Na twee tot vier dagen komen de larven uit. Die verpoppen zich na een week of 2 à 3. Uit de pop komt dan weer een nieuwe vlo. Zo begint alles opnieuw. Maak dus regelmatig het nestje van je kat proper om herbesmetting te voorkomen. Spuiten met de Frontline® spray op de dekentjes en mandjes helpt op het moment zelf. Vraag raad aan je dierenarts om vlooien op een permanente manier te bestrijden.

Wormen

Wormen zijn inwendige parasieten, ze leven in het dier zelf. Een erge besmetting kan leiden tot een dikke opgezette buik, diarree (vaak zijn de wormen te zien) en overgeven. Er bestaan verschillende soorten wormen. De meest voorkomende zijn de spoelworm en de lintworm. Spoelwormen zien eruit als spaghetti, lintwormen herkent men aan de kleine rijstkorrelige fragmentjes in de buurt van de anus. Bij een zware besmetting kan de weerstand van een zeer jong of oud dier ondermijnd worden met de dood tot gevolg. Wormen zijn net als vlooien goed te behandelen en even goed te voorkomen.

Teken

Teken zijn parasieten die net als vlooien op de huid van het dier leven. Het zijn spinachtige beestjes met 8 poten en ze zijn zo groot als een speldenkop. Ze zuigen zich vast in de huid en zuigen op die manier bloed. De teken zelf zijn redelijk onschuldig. Het probleem is dat ze vaak ziekteverwekkers met zich meebrengen. Vooral als je je dier meeneemt naar zuiderse landen is het belangrijk om je vooraf goed te informeren bij de dierenarts. Eens je een teek hebt opgemerkt, moet je deze zo snel mogelijk verwijderen. Gebruik hiervoor best een tekentangetje en trek de teek met een draaiende beweging uit de huid. Verdoof de teek nooit eerst met ether. Door de verdoving ledigt de teek immers zijn speekselklieren en brengt zo besmetting in het wondje. Ook met de hand recht omhoog trekken is af te raden. De teek komt dan wel los maar vaak blijft het kopje in de huid zitten met een ontsteking als gevolg. Ook als je op reis gaat hoort een goede tekentang thuis in de bagage. Je kan een tangetje verkrijgen bij de dierenarts, de apotheker of een dierenspeciaalzaak.

Vanaf de leeftijd van  8 weken kan je de kat beschermen tegen teken door Frontline® spray of nekdruppeltjes. Deze middelen vermijden niet dat de teek op de kat terecht komt maar doodt de teek eens ze bloed zuigt. Ze zal dan verdrogen.

Rabiës

Rabiës is een virusziekte die wordt overgebracht door direct contact met een besmet dier (meestal vossen). Bijna nergens in Europa zijn er nog vossen te vinden die besmet zijn met rabiës, hoewel tegenstanders van dit mooie dier ons soms anders willen doen geloven. België is al jaren officieel vrij verklaard van rabiës. Vooral op reis in zuiderse landen is het opletten geblazen. Gelukkig kan een met rabiës besmet dier nog na besmetting geënt worden met een rabiësvaccin. Dit moet wel binnen de 24 uur na besmetting gebeuren en de enting moet na één week herhaald worden. Ook moet de bijtwond grondig sdchoongemaakt worden. Zodra er symptomen zijn is rabiës evenwel altijd dodelijk. Een besmet dier in een verder gevorderd stadium moet dan ook spijtig genoeg geëuthanaseerd worden.

Kattenziekte

Kattenziekte of panleukopenie is een besmettelijke ziekte die veroorzaakt wordt door een virus. Het is hetzelfde soort virus als het Parvo-virus dat bij honden voorkomt.

Het virus is zeer besmettelijk en de dieren gaan bijna altijd dood, vooral de zeer jonge kittens. Voor mensen is kattenziekte niet gevaarlijk.

Panleukopenie is van het Grieks afkomstig en betekent : het ontbreken of de vermindering (penie) van alle soorten (pan) van witte bloedlichaampjes (leuko) bij zieke dieren.

Niesziekte

Niesziekte is een besmettelijke infectie bij katten, die een ontsteking teweeg brengt in het ademhalingssysteem De naam niesziekte klopt eigenlijk niet helemaal want niet iedere kat met niesziekte niest ook effectief, de meesten echter wel.

Niesziekte is niet overdraagbaar naar de mens of naar andere dieren dan katten. Je kan het vergelijken met een verkoudheid of een zware griep bij mensen.

In de praktijk kan men aan de hand van de symptomen niet altijd concluderen welke verwekker de oorzaak is. Verschillende virussen en ziektekiemen kunnen immers leiden tot “niesziekte”. Meestal gebeurt de besmetting door een combinatie van virussen en bacteriën . Deze combinatie van ziekteverwekkers kan al eens verschillen en daarom zijn vaccins niet altijd even werkzaam.

F.I.P.

F.I.P. is een besmettelijke buikvliesontsteking bij de kat, veroorzaakt door een coronavirus. De ziekte komt voor in een natte (exsudatieve) en een droge (granulomateuze) vorm. Beide vormen zijn bijna altijd dodelijk eens de kat ziekteverschijnselen vertoont.

Een coronavirus is een vaak voorkomend virus en kent verschillende ondersoorten, ook wel stammen genoemd. Veel van deze stammen veroorzaken weinig of geen ziekteverschijnselen, andere stammen daarentegen maken de kat doodziek. Niet elk coronavirus leidt dus tot F.I.P.

Waarschijnlijk is de belangrijkste oorzaak van F.I.P. stress, die ervoor zorgt dat een coronavirus muteert in een gevaarlijke vorm.  Stress kan verschillende oorzaken hebben, zoals verhuis, bezoek, een nieuwe baby, een traumatisch ervaring, ruzies met andere katten.

Ook onderliggende ziektes, genetische voorbestemdheid en de leeftijd van de kat hebben invloed op de eventuele mutatie van het virus. Vooral jonge katten (van 6 maanden tot 5 jaar) en oudere katten zijn vatbaar voor de ziekte, hun weerstand is immers nog niet  of niet meer optimaal. Maar kort gezegd, waarom de ene kat F.I.P. krijgt en de andere niet, weet men nog steeds niet.

F.I.P. is niet besmettelijk voor mensen.

F.I.P. is zeer moeilijk vast te stellen. Niet alleen vertonen vele ziektes dezelfde symptomen , maar een bloedtest is ook heel moeilijk te beoordelen. Bloedonderzoeken kunnen geen onderscheid maken tussen antilichamen tegen het niet gemuteerde coronavirus en antilichamen tegen het F.I.P. virus. De aanwezigheid van antilichamen in het bloed zegt dus niets over het wel of niet hebben van de ziekte. Het betekent alleen dat de kat in zijn leven in aanraking geweest is met het coronavirus. De hoogte van de titer (het getal) geeft aan hoe hoog de concentratie antilichamen in het bloed tegen het coronavirus is. Een hoge titer geeft aan dat er veel antilichamen (=antistoffen) tegen het virus in het bloed aanwezig zijn. Een lage titer geeft een lage concentratie antilichamen aan. Maar nogmaals, de uitslag zegt helaas niets over de gezondheid van de kat. Ook bij volstrekt gezonde katten kunnen hoge titerwaarden voorkomen. Bij katten die lijden onder de natte vorm, met de typische dikke buik, kan de diagnose vaak wel met zekerheid worden gesteld.

Enkel een autopsie geeft volledige zekerheid.

Testen die het ziekteverwekkend virus aantonen (zoals bij aids en leukose) zijn nog niet te koop.

Laat je kat niet te snel inslapen, slecht een klein percentage van de met het coronavirus besmette katten, zal ook effectief  F.I.P. ontwikkelen.

FeLV (kattenleukemie)

Het leukemievirus wordt overgebracht door retrovirussen en veroorzaakt een kankerachtige vermenigvuldiging van de witte bloedlichaampjes. Waar bij de kattenziekte de witte bloedcellen verminderen, vermeerderen ze bij leukose. FeLV is niet besmettelijk voor mensen.

Sommige katten hebben van nature een weerstand, terwijl anderen immuun worden zonder tekenen van ziekte te vertonen. Een derde groep is niet in staat om na besmetting een beschermende immuniteit op te bouwen en zullen uiteindelijk ziek worden en sterven.

Over ziekten heb ik nog veel meer info. Ik kan het gewoon kopiëren want het komt uit mijn eigen boek. Een link is misschien wel handig, anders krijgen we hier veel te veel info. Per ziekte heb ik nog o.a. behandeling, prognose, voorkomen …

NAAR HET BOEK VERWIJZEN

Flat chest

Bij een kitten met een flat chest is de borstkas niet mooi ovaal maar afgeplat. De ribben die normaal rond gebogen zijn, maken een hoekige indruk en het borstbeen (het sternum) ligt teveel omhoog.

Na de geboorte is meestal niets op te merken. Pas na een aantal dagen (2 tot 10 dagen) voelt een flat chest kitten anders aan, de borstkas lijkt breder dan bij gezonde kittens.

De kleintjes ondervinden vaak veel last van dit probleem.

Ze ademen oppervlakkig en verbruiken hierdoor veel energie. De borstholte is immers veel kleiner en de longen kunnen zich niet goed ontwikkelen. Soms persen ze zelfs met hun buikje om adem te kunnen halen en ze zijn vaak benauwd. Doordat ze snel uitgeput zijn, eten ze slechter en lopen zo vaak een groeiachterstand op. Ook liggen ze dikwijls met hun voorpootjes erg wijd.

F.N.I.

Fading Kitten Syndroom (FKS) is geen ziekte. De term “fading kitten” wordt gebruikt voor kittens die kort na de geboorte lijken weg te kwijnen zonder duidelijke reden.

Hoewel sommige virussen, bacteriën (meest voorkomend) en stress de oorzaak kunnen zijn, blijft in sommige gevallen volstrekt onduidelijk waarom het kleintje zo sterk achteruit gaat en uiteindelijk sterft.

Het meest voorkomende symptoom is lusteloosheid, het kitten kwijnt langzaam weg. Koude ledematen, niet meer willen drinken, ongecoördineerde bewegingen zijn symptomen die eveneens voorkomen. Leg het kleintje in een warm mandje in het donker. Een warm infuus toedienen helpt soms ook. Spijtig genoeg kan je in vele gevallen niets meer doen.

Het ronde, bolle kopje van het kitten verandert stilaan in een strak ingevallen driehoekje. Op dat moment weet je dat niets meer helpt en laat je het kleintje best gaan .

Een andere mogelijkheid van de plotse zwakte van het kitten kan ook toe te schrijven zijn aan hypoglycemie (suikertekort). Probeer in elk geval glucosewater toe te dienen. Zelf plet ik een halve dextrose en los dit op in een bodempje water. Spuit voorzichtig deze oplossing met een spuitje in het bekje van het kitten. Een kitten reageert zeer snel op glucose en je zal dan ook direct ondervinden of een suikertekort de oorzaak was van de zwakte.

Eveneens kan bloedgroepincompatibiliteit aan de basis liggen van het onverklaarbare wegkwijnen van een kitten. F.N.I. of Feline Neonatale Isoerythrolysis betekent de vernietiging van rode bloedlichaampjes bij pasgeboren kittens.

Zorg bij vaststelling van een bloedgroepprobleem onmiddellijk dat het kitten niet meer kan drinken bij de moederpoes en dit tot 2 dagen na de geboorte, het kan het leven van het kleintje redden. Uiteraard heeft dit ook nadelen. In de moedermelk zitten ook goede, beschermende antilichamen die tijdelijk zorgen voor immuniteit tegen een aantal ziektes totdat het kitten zelf antilichamen kan aanmaken en zo immuniteit opbouwen, meestal rond 3 à 4 maanden.

Het weghalen van het kitten zal ook de moederpoes evenals het kleintje overstuur maken. Het is eigenlijk ideaal om ervoor te zorgen dat het kleintje lekker warm bij moederpoes kan liggen maar toch niet kan drinken. Hoe doe je dit ? Neem een oude trui en knip de mouw eraf. Een beenwarmer of een oude sok kan ook dienst doen. Knip gaten voor de poten en kleed moederpoes aan met je allernieuwste creatie. Succes verzekerd ! Na een dag of 2 kan het  kitten opnieuw bij de moederpoes aangelegd worden, zijn darmwand neemt dan de voor hem gevaarlijke afweerstoffen niet meer op. Sommige dierenartsen raden aan het kleintje al na 24 uur terug bij de moederpoes te laten drinken. Meestal kan dit inderdaad zonder problemen maar er zijn kittens waarbij de darmwand iets langer doorlaatbaar blijft en het is dus veiliger geen risico te nemen en iets langer te wachten.

Bij huiskatten is bloedincompatibiliteit moeilijk te voorkomen maar fokkers doen er best aan om hun dieren op voorhand te laten testen. Bepaling van bloedgroep en bloedserum kan veel onheil voorkomen. Vermeld de gegevens ook best in het dierenpaspoort.

Baarmoederontsteking

Baarmoederontsteking of pyometra is een probleem dat kan opduiken bij niet gesteriliseerde poezen. Het dier zal meer drinken, kan koorts hebben en soms zien we een troebele afscheiding uit de vulva. Katten zijn evenwel zeer propere dieren. Doordat ze zich zo vaak schoonlikken merken we de uitvloeiing dikwijls niet op. Zo kan baarmoederontsteking lange tijd sluimerend aanwezig zijn zonder dat het baasje iets merkt. Wanneer er geen tijdige behandeling wordt opgestart, zal de poes overlijden. In een vroeg stadium kan antibioticum de ontsteking tegengaan. Een andere optie is het verwijderen van de baarmoeder.

Om deze problemen te voorkomen, is het beter de poes tijdig te steriliseren. De eierstokken worden dan verwijderd waardoor er geen hormonale stimulatie van de baarmoeder meer optreedt. Deze mogelijkheid is niet alleen aan te raden om baarmoederontsteking te voorkomen, maar evenzeer om ongewenste nestjes tegen te gaan. Voor fokkers is sterilisatie niet direct een optie. Zij zullen hun poezen best regelmatig controleren. Baarmoederontsteking kan ontstaan na de krolsheid (vooral als de poezen regelmatig krols zijn zonder gedekt te worden), na de paring en op elk moment van de dracht. Ook het gebruik van de pil om zwangerschap te voorkomen kan bij de kat baarmoederontsteking uitlokken.

PKD

PKD is een erfelijke en uiteindelijk dodelijke ziekte waarbij in beide nieren meerdere cystes ontstaan. Cystes zijn met vocht gevulde holtes. Naarmate de kat ouder wordt, nemen zowel het aantal cystes als de omvang van de cystes toe. Deze verdrukken het gezonde nierweefsel waardoor de nierwerking zal verminderen. Uiteindelijk leidt PKD tot chronisch nierfalen.

Pkdef

Pyruvaat Kinase Deficiëntie is een aandoening waarbij de katten een min of meer langzame bloedarmoede ontwikkelen. Het lichaam krijgt problemen met functioneren, de orgaanfuncties verslechteren, het zuurstoftransport wordt moeilijker en uiteindelijk zal het dier sterven. De symptomen evenals de leeftijd waarop het probleem zich stelt kunnen van dier tot dier verschillen.Sommige katten vertonen nauwelijks symptomen, bij anderen treden al op zeer jonge leeftijd verschijnselen van Pkdef op. Vaak worden bijna symptoomloze periodes afgewisseld met periodes waarin duidelijke verschijnselen zichtbaar zijn. Zelfs voor een dierenarts is de oorzaak dan ook niet altijd even gemakkelijk te stellen. De symptomen die met deze aandoening gepaard gaan zijn deze van anemie: moeheid, gebrek aan eetlust, bleke en soms gelige slijmvliezen, sloomheid, donkere urine en vaak een vergrote milt. Pkdef-lijders kunnen toch nog oud worden. Een echte behandeling is er niet, deze blijft beperkt tot symptoombestrijding. Pkdef vererft recessief, dit betekent dat beide ouders het moeten doorgeven wil een kitten eraan lijden. De test op Pkdef gebeurt via een DNA-bepaling in het bloed of van een uitstrijkje uit de wang.

Leververvetting

Wanneer een kat om gelijk weke reden een aantal dagen niet eet, kan ze zichzelf vergiftigen. Het lichaam maakt dan grote hoeveelheden vet vrij, die in de bloedbaan terechtkomen en uiteindelijk worden opgeslagen in de lever. Hierdoor neemt de leverfunctie af en treedt vergiftiging op. Als er dan niet snel wordt ingegrepen, zal het dier overlijden. Als je dier één dag niet wil eten, is er geen probleem maar lang wachten is toch niet aan te raden. Ga naar de dierenarts en laat de oorzaak van het vasten opsporen. Soms is dwangvoederen tijdelijk noodzakelijk.

HCM

HCM betekent letterlijk “ziekte van de hartspier”. Meestal is het erfelijk maar het kan ook veroorzaakt worden door te sterke schildklierwerking (hyperthyreoidie) of een gestoorde nierfunctie. De hartspier kan ook door andere oorzaken beschadigd worden en zo leiden tot HCM: bepaalde vormen van anesthesie, overmatig groeihormoon, te hoge bloeddruk (hypertensie) en andere hartafwijkingen.

Bij HCM is de wand van de linker hartkamer sterk verdikt, evenals de wand tussen beide hartkamers. Daardoor wordt de wand van de linkerkamer steeds stijver en kan zich niet goed vullen. Het volume van de linkerkamer wordt kleiner met als gevolg dat er minder bloed rondgepompt wordt en de ruimte in de linkerboezem vergroot. Hierdoor bestaat de kans op bloedstolsels in de verwijde linkerboezem. Deze klonters kunnen dan in de aorta terechtkomen en trombose in de slagaders van de achterpoten veroorzaken. Het gevolg is koude achterpoten (zeer kenmerkend) of zelfs verlammingen. Door de drukstijging in de linkerboezem neemt de druk in de longvaten toe, wat leidt tot vochtophoping (oedeem) in de longen. Eveneens wordt een goede werking van de hartkleppen belemmerd, waardoor de hartfunctie stelselmatig achteruit gaat.

Suikerziekte

Suikerziekte ontstaat doordat de alvleesklier (pancreas) te weinig insuline aanmaakt. Insuline zorgt ervoor dat de suiker uit het bloed door de lichaamscellen kan worden opgenomen. Loop er iets mis met de insulinehuishouding, dan kan het dier weinig of geen suiker uit de voeding opnemen. Bij gebrek aan suiker gaan de lichaamsfuncties snel achteruit. De eerste symptomen van suikerziekte zijn: veel drinken en eten (de kat probeert het gebrek aan suikeropname te compenseren door meer te eten), veel urineren en vermageren. Doordat het dier zich misselijk voelt, zal op termijn de eetlust verminderen, het dier zal uitdrogen, blind of slechtziend worden en uiteindelijk sterven. Gelukkig kan de dierenarts meestal tijdig ingrijpen. Om de suikerwaarden te bepalen zal een urine- en een bloedtest gedaan worden. De dierenarts zal de juiste combinatie van voeding en insuline bepalen. Op regelmatige tijdstippen moeten dan de waarden opnieuw gecontroleerd worden. Een dier met suikerziekte kan uiteindelijk nog een mooi leven hebben. Het vraagt wel ontzettend veel inzet van het baasje: afgemeten proporties voeding, in dezelfde samenstelling, op steeds dezelfde tijdstippen van de dag, injecties, regelmatige dierenartscontrole.

Kanker

Kanker kan als ziekte op zich voorkomen of als symptoom van een onderliggende aandoening (bv. tumoren bij FeLV). Er bestaan veel verschillende soorten kanker, zowel goedaardige (benigne) als kwaadaardige (maligne). In bepaalde gevallen kunnen we proberen de tumoren te voorkomen (o.a. vaccineren tegen FeLV,  vroegtijdige sterilisatie) maar in vele gevallen kunnen we alleen maar hopen dat hopen dat het goed komt. Kanker kan in het hele lichaam van de kat voorkomen. De locatie en het soort kanker evenals de mogelijke uitzaaiingen (metastasen) bepalen mee of er redding mogelijk is. Het probleemgebied kan eventueel geamputeerd worden en zelfs bestraling en chemo is een bestaande mogelijkheid. Toch moet onze hoop realistisch blijven. Therapeutische hardnekkigheid komt het dier niet altijd ten goede.