Aanpak bange katten

Onderstaande voorgestelde aanpak is van Dikkie, een volwassen kat uit onze opvang, maar deze manier kan eigenlijk net zo goed bij jongeren dieren gebruikt worden. 


Eerst en vooral zijn we echt ontzettend blij dat u Dikkie alle tijd gunt!  Want het is letterlijk en figuurlijk een 'bolletje' stress - iets waar het arme dier zelf geen schuld aan heeft, want ze is enorm lief.  En de ervaring leert dat de dieren die wat meer tijd vragen in het begin, vaak achteraf het meeste dankbaar zijn.
 
Vandaar dat we voorstellen dat u het systeem van de 'bange kittens' toepast.  Wat houdt dit in?
 
U voorziet voor Dikkie een aparte ruimte waar alleen zij verblijft en die afgesloten kan worden (= de deur kan toe zodat zij er ook nog niet uit kan in het begin).  Bv. een ongebruikte slaapkamer of bureau waar u niet enorm veel komt.  Het moet een huis-ruimte zijn, dus niet in een garage of een klein hok.  U moet er nl. zelf ook kunnen 'verblijven', bij haar 'op bezoek' gaan.  In de ruimte zorgt u voor kattenbak (ver genoeg van eten/drinken/slapen), eten en drinken, wat speeltjes, een mandje en wat niet mag ontbreken: een verstopplaats.  Dit is dan bv. een kartonnen doos met een dekentje in (ze mag het niet koud krijgen), een krabpaal waar ze in kan (ze is wat dikker, dus controleer of ze er in kan :-).  Het moet iets zijn waar ze zich veilig voelt.  Het mag ook een bench zijn met iets lekker zacht in waar bv. een doek over hangt.  Of de kartonnen doos met dekentje in de bench. De voorkant moet wel open blijven, de bench mag niet toe.  Een kat moet zich kunnen verstoppen als ze bang is.
 
U laat haar hier zitten - dat kan dagen tot misschien een week of langer zijn - maar komt regelmatig bij haar op bezoek (ook niet met twee tegelijk, dat is teveel stress, ik zou beginnen met altijd dezelfde persoon).  Als u binnenkomt, negeert u haar.  U praat gewoon, gaat bv. in een boekje lezen, maar niet naar haar toe gaan en zeker niet haar recht in de ogen kijken of naar haar 'grijpen'.  Ze moet altijd zelf naar u toekomen (kan even duren).  Belangrijk in het begin is dat ze leert dat u 'veilig' bent.  Na een paar dagen neemt u een hengeltje en kijkt u of ze daar mee wil spelen.  Altijd het hengeltje van haar weg trekken, dat stimuleert het jachtinstinct.  Langzaam leert u haar zo dat mensen ok zijn. Het zou kunnen dat de truuk met het hengeltje pas na een week of langer lukt, u merkt zelf snel of ze er in geïnteresseerd is.  En het kan geen kwaad om na een paar dagen de pluimpjes van het hengeltje over de grond te slepen en achter een hoekje laten 'verdwijnen' - dat maakt haar nieuwsgierig.  Ze zal vermoedelijk niet direct komen, maar als u dat een paar keer verspreid over dagen doet, maakt het normaal wel een verschil.

U kunt ook na een paar dagen op de grond gaan zitten en haar gewoon laten doen.  U doet verder dat u niet geïnteresseerd in haar bent.  Na een tijdje kunt u bv. een snoepje bij u leggen om te kijken of ze komt.  Als ze het komt halen, niet direct haar willen strelen of oppakken - ze moet daar echt zelf om komen.  Voor haar bent u nl. een heel groot monster waar ze heel bang van is.  Op het moment dat ze begrijpt dat dit 'monster' eigenlijk best ok is, is de klik gemaakt. :-)
 
Als ze in de ruimte goeie vorderingen maakt en naar u toekomt/u ze kunt aaien, kunt u de deur van de kamer op een kier zetten zodat ze op eigen tempo de rest kan verkennen.  Haar schuilplaats moet wel blijven bestaan en ze moet er direct aan kunnen, want ze zal in het begin terug zich willen verstoppen als ze iets nieuws ervaart dat haar angstig maakt.  En dat mag ze ook doen, want als wij grote monsters zien, verstoppen we ons ook heel snel. :-)
 
Het vraagt tijd en geduld, maar de resultaten zijn vaak enorm positief!